Toepassing in diverse teelten

Aardappelen

In de aardappelteelt komen verschillende soorten plant parasitaire aaltjes voor. Het gele aardappel-cysteaaltje (Globodera rostochiensis) en het witte aardappelcysteaaltje (Globodera pallida) kunnen aardappelmoeheid (AM) verschijnselen veroorzaken. De bestrijding van aardappelmoeheid  in de aardappelteelt is een geheel van maatregelen om opbrengsten en zeker ook de mogelijkheid van aardappelen telen veilig te stellen. Voorbeelden van deze maatregelen zijn: vruchtwisseling, teelt  van resistente rassen, grondontsmetting, inundatie, telen van vanggewassen en het gebruik van nematiciden, dit wordt ook wel een geïntegreerde aanpak genoemd.

Nieuw in de geïntegreerde aanpak van aardappelmoeiheid is Verango, een vloeibaar middel dat wordt toegepast om schade veroorzaakt door aardappelcystenaaltjes te voorkomen. Verango heeft een goede  werking op aardappelcystenaaltjes. Ook is er werking op wortellesieaaltjes gezien (Pratylenchus penetrans).

Verango kan in aardappelen zowel via een volveldstoepassing als via een rijenbehandeling worden toegepast. Voor een goed resultaat is een gelijkmatige verdeling van het middel door de grond van belang.

Grondbehandeling/volveldstoepassing

  • Het middel gelijkmatig over het land spuiten met een spuitmachine en vervolgens inwerken. Ook kan het middel tijdens de grondbewerking voorafgaand aan het poten worden toegepast. Het middel inwerken op een diepte van 10-20 cm. De toepassing kan vanaf 3 dagen voor het poten worden uitgevoerd. Dosering: 0,625 l/ha.
  • Toepassen in 200-800 l/ha water.

Veurbehandeling/rijenbehandeling

  • Het middel tijdens het poten toedienen in de pootveur met behulp van op de pootmachine opgebouwde apparatuur. Dosering: 0,625 l/ha.
  • Toepassen in 150 - 300 l/ha water.

Wortel- en knolgewassen

Het wortelknobbelaaltje Meloidogyne chitwoodi heeft binnen Europa een gewas onafhankelijke  quarantaine status en kan bij vondst verstrekkende gevolgen voor de bedrijfsvoering hebben.  Uit vier in 2015 uitgevoerde registratieproeven in wortelen blijkt dat Verango ten opzichte van 
de huidige praktijkstandaard een vergelijkbare werking heeft op de door Meloidogyne chitwoodi veroorzaakte opbrengstschade. 

  • Verango in wortel- en knolgewassen vóór het zaaien inwerken tot een diepte van 10 cm. Toepassen in 200-400 l/ha water. De toepassing dient maximal 10 dagen vóór zaai plaats te vinden. Een geconcentreerde toepassing op een minimale inwerking komt ten geode aan de werking.
  • Dosering in wortel- en knolgewassen: 0,625 l/ha Velum Prime.
  • In de teelt van wortelen worden met name Pratylenchus penetrans en Meloidogyne chitwoodi bestreden.